Wat verandert er straks bij de eerste wijzigingen van LAP 3

De inspraakperiode op de eerste wijziging van LAP3 loopt af op 28 januari 2019. Reeds bij inwerkingtreding van LAP3 is aangegeven het LAP dynamischer te maken. Hierdoor kan sneller op ontwikkelingen ingespeeld worden inclusief inspelen op een circulaire economie. Tussentijds zullen er vaker wijzigingen van het LAP optreden waarbij de eerstvolgende onder andere in zal gaan op het nieuwe EU-afvalpakket.

Wijzigingen als gevolg van ontwikkelingen in nieuwe wet- en regelgeving.
  • Met de geplande inwerkingtreding op 1 januari 2021 van de Omgevingswet zal een deel van de huidige afvalregelgeving in die wet worden opgenomen.
    In relatie tot afval zullen een aantal taken overgaan naar andere overheden zoals provincies, gemeenten en waterschappen. Als gevolg hiervan zullen deze omgevingsverordeningen, omgevingsplannen en waterschapsverordeningen dienen voor te bereiden. Deze overheden dienen te weten hoe zij met het LAP rekening moeten houden en welke aspecten geregeld moeten worden. In LAP3 zal daarom een hoofdstuk ‘Omgevingswet’ toegevoegd worden.
    Hiernaast zal met de Omgevingswet ook een aanpassing van de toelichtende delen in het LAP tot gevolg hebben. Dit gaat over de status van het LAP en mogelijkheden tot afwijken van het LAP.
  • Als gevolg van de nieuwe kwikverordening (2017/852/EU) wordt sectorplan kwik (SP82) aangepast. Er zijn wijzigingen in de paragraaf over grensoverschrijdend transport doorgevoerd, met name in relatie tot kwik uit de gaswinning.
  • Als gevolg van de nieuwe verordening scheepsrecycling (2013/1257/EU) zal het sectorplan sloopschepen (SP54) worden aangepast. Sloopschepen die wel onder deze verordening vallen zijn uitgezonderd van verplichtingen die voortvloeien uit EVOA. Het sectorplan wordt hieraan aangepast. Bij grensoverschrijdend transport gelden in dat geval alleen de verplichtingen van de verordening scheepsrecycling.
Aanpassingen als gevolg van gesignaleerde problemen uit de praktijk
  • AO/IC beleid is toegevoegd aan de kern van beleid (hoofdstuk D.3);
  • In het hoofdstuk zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) wordt ingegaan op de potentiële ZZS;
  • Het begrip ‘voormalige’ stortplaatsen wordt in het kader van het beleid tot heropenen van bepaalde locaties is verduidelijkt (hoofdstuk B.15);
  • De minimumstandaard voor organisch bedrijfsafval (SP8) is concreter opgeschreven zodat geen onduidelijkheid bestaat welke afvalstoffen er wel of niet onder vallen.
  • De beschrijving bij de minimumstandaard ten aanzien van de verwerking van AVI bodemassen is aangepast om de leesbaarheid te verbeteren (SP20).
  • De minimumstandaard voor het verwerken van residuen van rookgasreinigingsresidu (SP26) is aangepast;
  • De verwerking van residuen van composiet dakafval (SP 33) is aangepast.
Wijzigingen voortkomend uit acties in kader van LAP3 of het Rijksbrede Programma Circulaire Economie:
  • Voortvloed uit de Handreiking risicoanalyse ZZS  zijn een aantal wijzigingen aangebracht in hoofdstuk B.14.
  • Als gevolg van het lopende ketenproject rond luiers en incontinentiemateriaal is er het voornemen een minimumstandaard en vooruitblik voor deze afvalstof op te nemen onder het sectorplan recyclebare monostromen (SP84);
  • Een analyse van de mogelijkheden voor recycling van matrassen leidt tot een nieuwe vooruitblik in het sectorplan matrassen (SP84).
X